RSS
Zoeken

Ingezonden - Waarom het college van burgemeester en wethouders van Ameland af moet treden

Geplaatst op: 20 april 2017 - Categorie: Kunst & Cultuur

HOLLUM - Een ingezonden mededeling, PA plaatst ze van harte om discussie op gang te brengen, verschillende visies op een zaak te laten zien en om zaken helder te krijgen. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van de ingezonden brief ligt bij de afzender. Anonieme inzendingen worden niet geplaatst. Suzanna Twickler legt uit waarom het hele college van B&W af moet treden.

Waarom het college van burgemeester en wethouders van Ameland af moet treden?

Op deze site ben ik aangehaald als zijnde iemand die vindt dat naar aanleiding van het raadsbesluit rond De Hagen het college in zijn geheel dient af te treden en niet alleen een wethouder. De reden ervan is er niet bij vermeld en in een kleine leefgemeenschap wordt iets al snel persoonlijk. Mijn reden ligt echter niet in het persoonlijke, maar in het feitencomplex en de toepassing van het Nederlandse recht op dit feitencomplex.

Het is namelijk zo dat de gemeenteraad het hoogste orgaan is in een gemeente. De raad bepaalt en het college van burgemeester en wethouders voert uit. Dit is zo geregeld in de Gemeentewet (artikel 108 resp. artikel 160).

In het dagelijks leven lijkt het anders omdat we meestal te maken hebben met burgemeester en wethouders maar dit college is uitsluitend uitvoerend, tenzij bepaalde beleidstaken door de raad aan burgemeester en wethouders zijn gedelegeerd. Maar dan nog stelt de raad bij deze delegatie de kaders vast, waarbinnen burgemeester en wethouders moeten handelen.

Als burgemeester en wethouders de besluiten van de raad niet of anders uitvoeren of een geheel eigen koers varen, die haaks staat op een raadsbesluit dan kun je spreken van minachting van de raad door burgemeester en wethouders. Gebeurt dit vaker en is het feitencomplex dusdanig dat bewust besluiten niet zijn uitgevoerd dan wel bewust een geheel eigen koers is gevaren, dan kun je spreken over grove minachting. Zoiets ontstaat vaak niet zomaar. Daar gaat het nodige aan vooraf.

De gemeenteraad bepaalt zelf wat voor sanctie hij toepast als zijn besluiten niet worden nagekomen, dan wel als de raad het gevoel krijgt dat hij geminacht wordt door het uitvoerende orgaan. Een snelle analyse van dergelijke kwesties bij gemeenten laat zien dat meestal het vertrouwen in een collegelid wordt opgezegd indien sprake is van minachting. Bij grove minachting wordt meestal het vertrouwen in het gehele college opgezegd. De verhoudingen zijn in zo’n geval al behoorlijk verstoord en er is dan sprake van de bekende druppel.

Artikel 169 van de Gemeentewet bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders en elk collegelid verantwoording aan de gemeenteraad verschuldigd is over het door het college gevoerde bestuur. Het onderstreepte gedeelte betekent dat er binnen het college sprake is van een collegiale, gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het gevoerde bestuur.

Indien we dit toepassen op kwestie De Hagen, dan heeft slechts een wethouder te kennen gegeven op te stappen naar aanleiding van een dreigende motie van de gemeenteraad en willen de andere collegeleden blijven zitten. Dit nu acht ik in strijd met artikel 169 Gemeentewet. In deze kwestie kunnen de feiten naar mijn mening gekwalificeerd worden als grove minachting. De motie van de gemeenteraad en de discussie hieraan voorafgaand lijken dit te bevestigen. In de besluitvorming rond De Hagen heeft het college gezamenlijk gehandeld. In de collegevergaderingen is het onderwerp besproken en zijn de besluiten genomen. Dit is allemaal gebaseerd op een gezamenlijke, collegiale verantwoordelijkheid.

Het gehele college hoort dan schuld te bekennen en op te stappen. De burgemeester heeft in zo’n geval nog een eigen verantwoordelijkheid die erop neerkomt, dat hij in contact treedt met de Commissaris der Koning (hierna: CdK) om aan te geven dat als gevolg van het opzeggen van het vertrouwen van de raad in het college, de CdK verzocht wordt een gesprek met de gemeenteraad te gaan voeren.

De leden van de gemeenteraad bepalen dan, tezamen met de CdK, de koers die gevaren gaat worden. Het zijn dus niet de besturen van de politieke partijen ( in casu CDA en VVD) die nu aan zet zijn maar de gemeenteraad zelf, tezamen met de CdK.

Procedureel had de burgemeester de motie in stemming moeten brengen en hieraan voorafgaand de indiener ervan het woord moeten geven. Dan was uit discussie en stemming duidelijk geworden waarop de raad zou gaan koersen: vertrek van een of meerdere collegeleden of het gehele college. Nu is dit boven de raad blijven hangen omdat deze discussie in de kiem is gesmoord en is er alom verwarring waarbij momenteel ieder het zijne doet. Ondertussen is uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRS) nog af te leiden dat ook dit college min of meer is geminacht door het Amelander bestuur.

Dit alles is niet in het belang van de inwoners van Ameland.

Op basis van het bovenstaande (naar mijn mening vrij ernstige) feitencomplex, de uitspraak van de ABRS en de artikelen 169, 35 en 49 van de Gemeentewet, dient naar mijn mening het voltallige college terug te treden en dient de CdK een gesprek met de gemeenteraad te gaan voeren over een nieuw te vormen college van burgemeester en wethouders.

Dat is in het belang van de inwoners van Ameland en het doet recht aan de staatsrechtelijke en juridische kaders die we in onze rechtstaat hanteren. Het staat daarmee los van personen en emoties. Bovendien voorkomt het vertroebeling door allerlei gesprekken achter gesloten deuren.

Tevens pleit ik voor een onafhankelijk onderzoek naar hoe het zover heeft kunnen komen, waarbij ook de ambtelijke organisatie moet worden meegenomen. Dit om een leereffect te bewerkstelligen en herhaling voor de toekomst te voorkomen.

Suzanna Twickler

Naar nieuwsoverzicht
Ads door PA
Gesponsorde links:
Hier adverteren?